Opleidingstraject deelnemers

Vanuit Tijd voor Vechtsport hechten we veel waarde aan de kwaliteit van de vechtsportdocenten. Zelf zien we het dan ook als onze taak om middels Tijd voor Vechtsport een kwaliteitsimpuls te realiseren binnen vechtsportonderwijs in het algemeen en binnen de deelnemende verenigingen in het bijzonder.

 

Er zijn door Tijd voor Vechtsport drie opleidingstrajecten ontwikkeld voor de trainers die binnen hun vereniging met (allochtone) jongeren aan de slag gaan. Hieronder volgt een korte uitleg per traject, waarbij traject 1 verplicht zal zijn voor alle trainers die Tijd voor Vechtsport-projecten uitvoeren. Traject 2 is opgezet voor de trainers die preventie- en zorgtrajecten (zullen gaan) opzetten. In 2008 is traject 3 van start gegaan en deze is alleen bedoeld voor de vechtsportdocenten van de sport-zorgprojecten.

 

Traject 0. Cursus 'Verzorgen en begeleiden van vechtsportlessen'

In de praktijk blijkt dat de ‘hogere banders' (bruine of rode band) vaak worden ingezet als ‘assistenttrainer'. Doorgaans ontbreekt het deze groep aan een formele scholing in de basisbeginselen van het les- en leidinggeven. Enerzijds is dit het gevolg van het feit dat deze groep vanwege hun leeftijd nog niet in aanmerking komt voor deelname aan de bondsopleiding. Anderzijds is er de groep die een behoorlijke financiële investering niet de moeite waard vindt voor de ene keer per week een beetje assisteren tijdens de les. Toch verricht deze groep werkzaamheden als het verzorgen van een warming-up, het begeleiden van beginners en soms zelfs het overnemen van een volledige les bij afwezigheid van de hoofdtrainer. Met als doel de kwaliteit van het vechtsportonderwijs in Nederland willen verbeteren dan wel te handhaven, is er de cursus ‘Verzorgen en begeleiden van vechtsportlessen'. Deze cursus biedt de bovengenoemde groep de mogelijkheid kennis en vaardigheid op te doen ten aanzien van het verzorgen en begeleiden van (delen van) vechtsportlessen.
Tijdens de cursus krijgen deelnemers kennis en vaardigheid aangereikt ten aanzien van het verzorgen van vechtsportlessen en het begeleiden van leerlingen tijdens die lessen. Dit gebeurt aan de hand van een speciaal voor deze cursus ontwikkelde ‘Stoei- en trefspelmethodiek'. Tevens wordt er aandacht besteed aan het organiseren van een clubactiviteit, bijvoorbeeld een kennismakingsdag of open huis.
Voor alle duidelijkheid: de eigen vaardigheid in de eigen vechtsportdiscipline is niet het doel noch het uitgangspunt van deze cursus. Aan de hand van de eerder genoemde methodiek zal de cursist zich de basisbeginselen van het lesgeven eigen kunnen maken.

 

Traject 1. 'Pedagogisch en didactisch verantwoord vechtsportonderwijs voor allochtone jongeren'

In de USA is men er heel duidelijk in: geen enkele vechtsportschool zou financieel rendabel zijn zonder jeugdleden. Eigenlijk is de situatie in Nederland niet veel anders. Veel vechtsportscholen steunen financieel op de jeugd. Lid worden is een ding. Lid blijven iets heel anders. Het behouden van jeugdleden (inclusief jongeren) vraagt om een specifieke aanpak wat betreft organisatie, maar ook wat betreft lesgeven. Helemaal wanneer het allochtone betreft.
De inhoud van deze module zal er op gericht zijn vechtsportdocenten pedagogische en didactische handvatten en richtlijnen aan te reiken voor het werken met allochtone leerlingen. In een tweedaagse cursus leren deelnemers nieuwe inzichten in de bewegingsdidactiek van vechtsporttrainingen te integreren. Er zal onder andere aandacht worden besteed aan nieuwe werkvormen. Tevens wordt specifiek aandacht besteed aan de vertaling van deze werkvormen naar de doelgroep. Hierin staat de interculturele communicatie centraal.

 

Traject 2.  'Docent Weerbaarheid en Agressieregulatie (DWA)'

Agressie en geweld zijn onlosmakelijk verbonden met de menselijke natuur. Een geweldloze samenleving is dan ook een utopie. Maar het niveau van het geweld is wel degelijk voor verandering vatbaar.
Hierin zijn vooral ook preventieve maatregelen effectief.
De preventieve maatregelen zouden gericht moeten zijn op twee groepen van betrokkenen in de geweldscontext, te weten enerzijds de personen die een verhoogd risico lopen zich in de (nabije) toekomst schuldig te maken aan een geweldsdelict. De praktijk wijst uit dat dit veelal allochtone jongeren zijn of autochtone jongeren uit de zogenaamde ‘lagere sociale milieus’. Het is daarin zaak juist die jongeren ‘te pakken’ die wat betreft gedrag nog aan de basis van de geweldspiramide staan. Bijvoorbeeld, het uiten van bedreigingen. Bedreigingen gelden als voorfase voor fysiek geweld. Er mag dan vanuit worden gegaan, dat juist de aanpak van gedrag aan de basis van de geweldpiramide zal leiden tot een vermindering van fysiek geweld. Anderzijds de personen die een verhoogd risico lopen slachtoffer te worden van een geweldsdelict. Voor deze groep is het zaak een adequate mate van zelfwaargenomen competentie op te bouwen, zodat zij op een gepaste wijze kunnen omgaan met gedrag van derden gericht op het beschadigen van hun psychofysieke integriteit.
Onderwerpen die o.a. aan de rode zullen komen zijn: theorie weerbaarheid, theorie agressie en geweld, specifieke didactiek en methodiek agressieregulatie, specifieke didactiek en methodiek weerbaarheid, conflictmanagement, Nederlandse cultuur & geweld (juridische aspecten en waarden en normen), levensreddende handelingen, en interculturele communicatie (bespreken van beladen onderwerpen). Ieder genoemd onderwerp vormt de inhoudelijke richtlijn voor een module. Dit geldt niet voor de methodisch-didactische modules. Deze zullen ieder twee dagen in beslag nemen. Dit betekent een opleidingstraject bestaande uit 60 uren contacttijd (10 dagen). Daarbij moet nog rekening gehouden worden met het maken van opdrachten en werkstukken, die aan iedere module zijn gekoppeld. Verder is er nog een aparte module 'Stage'. Wanneer alle aan een module gekoppelde opdrachten en werkstukken voldoende zijn bevonden, dan is de module in kwestie behaald. Zijn alle modules behaald, dan kan de cursist een IP-toets aanvragen. Deze toets bestaat uit een praktijkexamen en een eindgesprek.

 

Traject 3. Modulair opgebouwd opleidingstraject 'Zelfontwikkeling van de vechtsportdocent in het kader van het sport-zorgproject'

Vechtsportdocenten die deelnemen aan het sport-zorgproject zijn verplicht om traject 1 en 2 te hebben afgerond, voordat ze kunnen beginnen met traject 3. Traject 1 en 2 zijn voornamelijk gericht geweest om specifieke didactische en methodische principes omtrent vechtsport, weerbaarheid en agressieregulatie zowel theoretisch en praktisch over te brengen. Met deze trajecten wordt verondersteld dat de vechtsportdocenten voldoende bagage hebben in het geven van lessen vechtsport, weerbaarheid en agressieregulatie binnen de participatie- en preventieprojecten. Echter willen de vechtsportdocenten werken met jongeren vanuit de jeugdzorg dan is extra scholing noodzakelijk. Deze scholing richt zich op twee aspecten, te weten inhoudelijke kennis in het werken binnen jeugdzorg en competentieontwikkeling van de vechtsportdocenten.

 

 

Traject 4. Cursus tot Oesh mentor (niet sporttechnisch)

Oesh, het programma waarin jongeren zelf taken en verantwoordelijkheden in de eigen club krijgen, organiseert een tweedaagse cursus voor de mentoren van het jongerenteam. Tijdens deze twee dagen worden de mentoren voor de Oesh jongerenteams getraind in de rol van begeleider voor het team. Een Oesh mentor is de aanjager van het Oesh team en begeleidt de jongeren in het team bij alle activiteiten.

Wat is de rol van de Oesh mentor, wat doe je als mentor en hoe ga je met het team om? Een Oesh mentor is een coach/ begeleider van het Oesh team. Hij of zij is één van de leden van het team die met de jongeren in het team samen actief aan de slag gaat in de vereniging. Als Oesh mentor moet je het vooral leuk vinden met jongeren te werken, maar hoef je geen trainer of coach in een bepaalde tak van sport te zijn. Tijdens de tweedaagse cursus krijgen de mentoren alle informatie die nodig is om de toekomstige rol in te vullen.

Eén van de doelen van Oesh is om ervoor te zorgen dat de stem van de jeugd een vaste plek krijgt in de club. Natuurlijk is daarbij kwaliteit wel belangrijk. Om zelf dingen te organiseren moeten jongeren natuurlijk wel wat kunnen, ze moeten over competenties beschikken. De Oesh mentor gaat in het project de jongeren begeleiden bij het ontwikkelen van competenties.

 

Meer informatie over deelname kunt u verkrijgen via de consultant uit uw regio. 

 

 

Data en lokatie   

Traject 1

Opleidingstraject is afgerond.

Data Traject 2

De lesdagen voor traject 2 vinden op de onderstaande data plaats in de regio Utrecht.

  • Februari: 20 en 27
  • Maart: 6, 13, 20 en 27
  • April: 17 en 24

Data Traject 3

De eerste bijeenkomst van 2010 voor de 'sport-zorgtrainers' is gepland op zaterdag 22 mei.

Data traject 4

Zaterdag 15 en 22 mei in het NH-hotel te Utrecht.

Copyright © 2010 KNKF - Techniek: IXP - Ontwerp: Pleon